Elektrocardiogram

Elektroden worden bevestigd op de borst en op de ledematen, waarna de elektrische activiteit van het hart geregistreerd wordt. Het elektrocardiogram kan ons informatie geven over eventueel aanwezige ritmestoornissen, vergroting van de hartkamers, een acuut hartinfarct of een vroeger doorgemaakt hartinfarct, een elektrische hartaandoening voorbestemd voor het ontwikkelen van hartritmestoornissen,…

Bij iemand die zich bijvoorbeeld aanbiedt met klachten van hartkloppingen kan aan de hand van het elektrocardiogram eventueel de diagnose van een ritmestoornis gesteld worden. Bij iemand die zich via de spoedgevallendienst aanbiedt omwille van pijnklachten op de borst zal het elektrocardiogram een cruciale rol spelen in de eventuele diagnose van een acuut hartinfarct.

Echocardiografie

Een echografie van het hart gebeurt in linker zijligging. Het is een eenvoudig en pijnloos onderzoek dat bij iedereen, ook bij zwangeren, veilig kan gebeuren. Echocardiografie geeft ons op een eenvoudige manier zeer veel informatie over het hart.

Zo kunnen we met dit onderzoek de pompfunctie van het hart evalueren. Die pompfunctie kan bijvoorbeeld verminderd zijn na een hartinfarct.

Het geeft ons ook informatie over eventuele vergroting van het hart en ook over de dikte van de hartwand. Zo'n wandverdikking zien we bijvoorbeeld bij mensen met een langdurig hoge bloeddruk of met een aangeboren afwijking van de hartspier.

Bij dit onderzoek worden ook de vier hartkleppen onderzocht. Daarbij kan een eventuele vernauwing of een lek van de klep gediagnostiseerd worden.

Tijdens de echocardiografie kunnen we eveneens aangeboren hartafwijkingen vaststellen, zoals een opening tussen de hartkamers. In een aantal gevallen, zoals bij de verdere evaluatie van hartkleplijden of voor het opsporen van een eventuele klonter in het hart, kan aanvullend een echografie van het hart via de slokdarm noodzakelijk zijn.

Er wordt dan na verdoving van de keel via de mond een sonde ingebracht in de slokdarm. Zo kan de sonde dichter bij het hart geplaatst worden, zodat we bijkomende en meer gedetailleerde informatie kunnen verzamelen dan via de klassieke echografie ter hoogte van de borst.

Inspanningstest

Tijdens een inspanning stijgt de hartslag en heeft het hart meer zuurstof nodig om zijn pompfunctie te verrichten. Als er vernauwingen aanwezig zijn op de kransslagaders kan de zuurstoftoevoer naar het hart tijdens een inspanning tekortschieten.

Dat kijken we na tijdens een fietsproef, waarbij in gecontroleerde omstandigheden (continu controle van elektrocardiogram en bloeddruk) een (sub)maximale inspanning wordt verricht.

Als er tijdens de test door vernauwingen een zuurstofgebrek optreedt ter hoogte van het hart kan dat zich uiten door pijn op de borst en/of veranderingen op het elektrocardiogram. De fietsproef is zowel zinvol in het kader van preventief onderzoek (vroegtijdig opsporen van vernauwingen) als in opvolging van patiënten die al hartproblemen hebben.

Tijdens de fietstest wordt de belasting progressief opgebouwd, zodat je het gevoel krijgt dat je bergop fietst. Je zal ongeveer tien minuten moeten fietsen, waarna een recuperatiefase van die minuten volgt.

24 uur holtermonitoring en eventrecorder

Bij een holtermonitoring worden op de raadpleging enkele electroden op de borst aangebracht en verbonden met een klein toestel dat continu het hartritme registreert gedurende 24 uur. Na een dag breng je het toestel terug naar de raadpleging, waarna het hartritme geanalyseerd kan worden.

Met een eventrecorder kan het hartritme gedurende enkele dagen opgevolgd worden. We doen de onderzoeken wanneer we ritmestoornissen vermoeden of om de effecten van een ingestelde behandeling na te gaan.

24 uur bloeddrukmeting

Te hoge bloeddruk of arteriële hypertensie is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van hart- en vaataandoeningen. Om de diagnose van te hoge bloeddruk te bevestigen, zal het soms noodzakelijk zijn om een 24-uur bloeddrukmeting te verrichten.

Daarbij wordt op de raadpleging een bloeddrukmeter aangelegd ter hoogte van de bovenarm. Die meter zal op verschillende tijdstippen automatisch je bloeddruk controleren. Klassiek gebeurt dat overdag om de twintig minuten en ’s nachts om het uur.

Je kan gewoon je dagdagelijkse bezigheden verrichten. Tijdens de metingen van de bloeddruk mag je je arm niet bewegen. Daags nadien breng je het toestel terug naar de raadpleging, waarna we de gemeten waarden analyseren. In functie van die bevindingen wordt eventueel een behandeling opgestart of aangepast.

Een belangrijk voordeel van dat type onderzoek is dat we ook een idee krijgen over de bloeddruk tijdens de slaap. Dat kan een belangrijke rol spelen in het beslissen over de verdere behandeling.

Cardio- CT of SC-scan van de kransslagaders

Als er op basis van de klachten of de inspanningstest een vermoeden is van coronaire vernauwing kan beslist worden om aanvullend een CT-scan van de kransslagaders te verrichten. Bij dat onderzoek wordt intraveneus een kleurstof ingespoten waarna we een scan van het hart nemen, met bijzondere aandacht voor de kransslagaders.

We kijken naar verkalkingen of atherosclerose op de kransslagaders en de eventuele aanwezigheid van vernauwingen. Ook bij mensen met een matig verhoogd cardiaal risicoprofiel - dus aanwezigheid van cardiale risicofactoren - kan beslist worden om aanvullend een cardio-CT te verrichten. In functie van het resultaat van de cardio-CT kunnen we twee dingen doen:

  1. We stellen een verbeterde aanpak van de cardiale risicofactoren voor.
  2. Als er duidelijke afwijkingen zijn met vermoeden van vernauwingen van de kransslagaders moet er een verder onderzoek of behandeling gebeuren.

Had je in het verleden een allergische reactie op de kleurstof die wordt toegediend tijdens een scan? Dan opteren we voor een ander type onderzoek of moet je een voorbereiding met medicatie krijgen voor je de scan kan ondergaan.

Coronarografie of hartkatheterisatie 

Bij sterk vermoeden van belangrijke vernauwingen op de kransslagaders of bij optreden van acuut hartinfarct wordt een hartkatheterisatie of coronarografie verricht. Dat onderzoek gebeurt in ons cathlab onder plaatselijke verdoving en wordt meestal verricht via de polsslagader.

Na de plaatsing van een katheter ter hoogte van de polsslagader voeren we een katheter tot aan de oorsprong van de kransslagaders. Op dat ogenblik wordt contrastvloeistof ingespoten en worden de kransslagaders vanuit verschillende standpunten gefilmd.

Mogelijk en afhankelijk van het aantal vernauwingen en de lokalisatie van de vernauwing wordt direct een stent geplaatst. Tijdens dat onderzoek kunnen we ook de hartdrukken meten, wat belangrijk is in de evaluatie van bijvoorbeeld kleplijden of hartfalen.

In sommige gevallen zal het onderzoek technisch niet mogelijk zijn via de polsslagader. In dat geval gebeurt het onderzoek via een slagader ter hoogte van de lies.