Op deze pagina vind je alle instructies voor een correcte staalafname. Eerst vind je de algemene instructies, daarna lees je de instructies per staalsoort. Onderaan lees je de instructies rond staalbewaring en -transport.

Algemene instructies

Aanvraagformulier

Alle onderzoeken moeten aangevraagd worden d.m.v. een aanvraagformulier. Stalen zonder aanvraagformulier worden niet behandeld.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvragende arts dat het aanvraagformulier correct is ingevuld en voldoet aan alle wettelijke bepalingen (zie instructies voor het correct invullen van het aanvraagformulier).

 

Identificatie patiënt

  • Vergewis u bij een staalafname steeds van de identiteit van de patiënt.
  • Of: controleer het identificatiebandje (indien van toepassing) en/of vraag expliciet de naam van de patiënt.

 

Standaardvoorzorgsmaatregelen

Elke patiënt en elk staal moet beschouwd worden als potentieel infectieus. Volg daarom steeds de standaardvoorzorgsmaatregelen.

 

Identificatie stalen

  • Identificeer elke tube of staalcontainer met (minstens) naam en voornaam (voluit) van de patiënt.
  • Bij potjes met deksel: breng de identificatie aan op het potje, niet op het deksel.

 

Verpakken

  • Sluit het recipiënt goed af om lekkage tijdens het transport te voorkomen.
  • Verwijder naalden van bloedgasspuiten, ontlucht en breng een beschermdop aan.
  • Plaats de stalen in een plastic zakje met zipper en het corresponderende aanvraagformulier in de buidel.

 

Niet-conforme stalen/aanvragen

Omwille van het groot belang van de pre-analytische fase, voert het laboratorium systematisch een aantal controles uit op de ontvangen stalen en aanvragen. 

Controles worden o.m. uitgevoerd op:

  • patiëntidentificatie op de stalen en het begeleidende aanvraagformulier
  • verkeerde of ontbrekende stalen
  • onvoldoende staalvolume
  • onhygiënische stalen en verzendingen
  • niet-conforme recipiënten
  • transporttijd
  • transportcondities
  • hemolyse, icterie en lipemie serumbuizen
  • vullingsgraad bloedbuizen

Wanneer deze controles tekortkomingen aan het licht brengen, wordt het analyseresultaat voorzien van een waarschuwende commentaar op het rapport, of wordt een nieuw staal gevraagd.

In geval van ontbrekende, onvolledige of verkeerde identificatie wordt contact opgenomen met de afdeling of staalafnemer.

Indien er na contact met de staalafnemer ook maar de minste twijfel is betreffende de identiteit van de patiënt gelden volgende richtlijnen:

  • Stalen die redelijkerwijs opnieuw kunnen afgenomen worden, worden vernietigd en er wordt een nieuw staal en aanvraagformulier gevraagd. De “slechte” afname krijgt een rapport met enkel een standaardcommentaar i.v.m. de identificatieproblemen.
  • Stalen voor bloedgroepen, IAT, DAT en kruisproeven moeten ALTIJD opnieuw afgenomen worden.
  • In geval van kostbare stalen (CSV, neonatale bloedafname, …) worden de analyses wel uitgevoerd met als commentaar op het rapport “Resultaten onder voorbehoud wegens niet eenduidige identificatie van het staal”.

Terug naar boven

24-uur urinecollectie

  • Plas ’s morgens na het opstaan de blaas leeg in het toilet.
    Noteer datum en tijd op het etiket op de verzamelfles bij “Begin opvang”.
  • Verzamel de komende 24 uur (dag en nacht) alle urine in de verzamelfles. Sluit de fles goed na elk gebruik en zet deze koel weg.
  • Ga de volgende morgen naar het toilet op hetzelfde uur dat u de fles genoteerd heeft en verzamel deze urine. De verzameling is hiermee beëindigd.
  • Lees van de schaal op de fles de opgevangen hoeveelheid af.
  • Vul deze waarde in op het etiket bij “Opgevangen hoeveelheid”. Vervolledig het etiket helemaal.
  • Geef de gevulde verzamelfles af aan de balie van het labo (Route 030), samen met het aanvraagformulier van je arts.

Het is belangrijk dat ALLE urine verzameld werd.  Licht het labo in indien je niet alle urine hebt kunnen verzamelen (urine gemorst of toevallig in het toilet geplast).

Opgelet! Voor bepaalde analyses voegt het labo een kleine hoeveelheid geconcentreerd zuur toe aan de verzamelfles (zie etiket op de fles). Indien dit bij jou het geval is: vermijd spatten (niet rechtstreeks in de verzamelfles plassen) en bewaar de fles buiten het bereik van kinderen.

Sperma voor vruchtbaarheidsonderzoek

  • Seksuele onthouding (minimum twee dagen en maximum zeven dagen) is vereist.
  • Geen recente koorts (<48 u.).
  • Staalafname:
    • Eerst urineren.
    • Handen en genitale streek goed wassen met water en zeep, goed afspoelen en afdrogen met een propere handdoek.
    • Sperma opwekken door masturbatie.
    • Sperma rechtstreeks en volledig opvangen in het potje.
    • Potje goed afsluiten door het deksel dicht te draaien.
    • Potje tijdens het transport warm bewaren door bv. in een vestzak te steken en onmiddellijk (binnen het uur) naar het labo (Route 030) te brengen, samen met het aanvraagformulier van je arts en je identiteitskaart.   

Terug naar boven

Staalbewaring en -transport

Probeer de tijd voor staalbewaring en –transport naar het labo minimaal te houden. 

Alle stalen (m.u.v. 24u urinecollecties) kunnen 24u/24 naar het labo verzonden worden via de buizenpost. Afleveren van stalen aan de balie is mogelijk tussen 7u30 en 21u.

Bepaalde testen met beperkte stabiliteit zijn zeer gevoelig wat betreft de condities van staalbewaring en –transport na afname. O.m. alle testen waarvoor het staal dient ingevroren te worden, moeten zo snel mogelijk na afname het labo bereiken.

Voor analyses waarbij de bewaar- en transporttijden na afname kritisch zijn (beperkte stabiliteit) wordt dit expliciet vermeld op het aanvraagformulier en/of in de labogids. 

Voor de overige analyses gelden de hieronder beschreven algemene richtlijnen.

Sluit de stalen goed af! Plaats de afgenomen stalen in een plastic zakje samen met het aanvraagformulier (in de zijflap), sluit af en breng ze naar het labo (Route 030). 

Voorkom prikongevallen: stuur géén spuiten met naalden op naar het labo!

(*) Breng de microbiologische stalen steeds zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen de twee uur) naar het laboratorium; vertragingen kunnen leiden tot het afsterven van fragielere pathogene bacteriën en/of overgroei door commensale of contaminerende bacteriën. Stalen die later dan 48 uur na afname toekomen op het labo worden niet meer verwerkt!

Terug naar boven