Bij schouderartrose slijt het kraakbeen van het schoudergewricht af, waardoor er meer wrijving en een ontsteking ontstaan. Het kraakbeen kan zich niet herstellen en geleidelijk zal het onderliggende bot vervormen. Zo ontstaan er beenderige uitsteeksels (of osteofyten/papegaaiebekken genoemd) rond het schoudergewricht, die stijfheid, pijn en bewegingsbeperkingen kunnen veroorzaken.

Op deze pagina vind je meer informatie over:

Wat zijn de symptomen van schouderartrose?

Terug naar boven

  • pijn in de schouder
  • stijfheid bij schouderbewegingen

Wat zijn de oorzaken van schouderartrose?

Terug naar boven

  • slijtage
  • trauma uit het verleden (bv. een ongeval)
  • ontsteking

Hoe wordt schouderartrose behandeld?

Terug naar boven

Schouderartrose wordt vastgesteld via radiografie (bv. een scan). Wanneer de arts een operatie overweegt, is vaak een CT-scan nodig om de vervorming van het bot beter te kunnen evalueren. Soms is ook een echografie of MRI-scan nodig om de toestand van de schouderpezen te bekijken.

Behandeling zonder operatie

De eerste stap in de behandeling van schouderartrose is:

  • pijnstilling nemen om de pijn onder controle te houden
  •  ontstekingsremmers 
  • eventueel infiltraties in het schoudergewricht

 Kinesitherapie heeft een beperkt nut. Door de slijtage is de stijfheid in de schouder niet omkeerbaar en te agressieve kinesitherapie kan ontstekingen uitlokken.

Operatieve behandeling

Voor beide ingrepen word je meestal twee à drie nachten opgenomen in het ziekenhuis.

Wat na de operatie?

Terug naar boven

Een gezwollen en pijnlijke schouder na de operatie is normaal. Het is belangrijk om voldoende pijnstilling te nemen en regelmatig ijs op de schouder te leggen (20 minuten, minstens twee- tot driemaal per dag).

Brace – kinesitherapie

Na de behandeling krijg je een brace om de subscapularis pees te beschermen. Deze pees behoort tot de rotator cuff (het geheel van vier pezen rond het schoudergewricht) en wordt tijdens de operatie door de arts losgemaakt om in het gewricht te geraken. Aan het einde van de operatie wordt de subscapularis pees terug bevestigd.

Je moet de brace vier tot zes weken na de operatie dag en nacht dragen. Enkel bij schouderoefeningen moet de brace niet gedragen worden.

De revalidatie gebeurt onder begeleiding van een kinesist. De eerste weken zijn enkel pendeloefeningen en passieve bewegingen (bewegingen uitgevoerd door de kinesist) toegelaten. Na vier tot zes weken start je met actieve schouderbewegingen. Krachtoefeningen volgen was na twaalf weken.

De volledige revalidatie kan vier tot zes maanden duren.