Bij hamertenen is een van de kleine tenen te sterk geplooid, waardoor de teen meer naar boven is gericht. De oorzaak is vaak dat de plooi- en strekpezen niet meer goed in balans zijn, vaak samen met een doorzakking van de voorvoet. Een hamerteen kan onrechtstreeks het gevolg zijn van een scheefstand van de grote teen. Als het probleem lange tijd aansleept, verstijven de gewrichten en is de aandoening onomkeerbaar.

Hoe worden hamertenen behandeld?

Behandeling zonder operatie

Als de hamerteen nog soepel is, volstaat het vaak om het gewricht te stretchen en steunzolen te dragen. Een teenstukje of silicone orthese kan soms helpen om drukpunten te vermijden. 

Operatie

Heb je al lange tijd last van hamertenen, dan is er vaak een ingreep nodig. Als de gewrichten nog relatief soepel zijn, kan de chirurg de spanning in de pezen corrigeren door die te verlengen of te verplaatsen.

Soms is het nodig om tijdens de operatie ook de stand van de voetbeentjes te veranderen door ze in te korten. 

Is de hamerteen meer verstijfd, dan is het best om het gewricht te verwijderen en zo de spanning in de teen weg te nemen. De chirurg zet het teengewrichtje dan meestal vast om te vermijden dat de kwaal terugkeert.

Wat na de operatie?

Na de operatie moet je je been zoveel mogelijk in de hoogte leggen en ijs op de voet leggen. Dat vermindert de zwelling en pijn en bevordert de genezing.  De eerste twee weken mag je niet op je voet steunen.

Na twee weken ga je op controle. De kans is groot dat je vanaf dan je voet weer beperkt mag belasten, op voorwaarde dat je een speciale schoen draagt. Na zes weken wordt er een radiografie gemaakt en ga je opnieuw op raadpleging. Hou er rekening mee dat je voet de eerste drie tot zes maanden na de ingreep nog kan opzwellen na staan of stappen.

Autorijden kan opnieuw na zes tot acht weken. Met belastende sporten kan je pas ten vroegste na drie maanden starten. Dat bespreek je het best met je arts.