Bij een scheefstand van de grote teen, officieel hallux valgus, ligt de grote teen opvallend dicht tegen de tweede teen aan. Vaak duwt hij die zelfs omhoog. De aandoening gaat gepaard met een verdikking of knobbel aan de binnenkant van de voet, die vaak pijnlijk en rood is. De onderliggende oorzaak is een afwijkende stand van het eerste middenvoetsbeentje. 

Het probleem neemt vaak toe met de jaren. De meeste mensen krijgen vroeg of laat pijn omdat ze het gewricht verkeerd gaan belasten en er daardoor slijtage optreedt. De voorvoet wordt op de duur breder. Daardoor wordt het soms moeilijk om normale schoenen te dragen. Bovendien gaan mensen op een verkeerde manier stappen. Dat kan leiden tot bijkomende problemen, zoals hamertenen of pijn aan de bal van de  voet.

Op deze pagina vind je meer informatie over:

Wat is de oorzaak van hallux valgus?

Terug naar boven

Een scheefstand van de grote teen is meestal een kwestie van erfelijke aanleg. Daarnaast zijn er factoren die mee aan de basis van de aandoening kunnen liggen, zoals het dragen van te nauwe schoenen of andere voetafwijkingen, bijvoorbeeld platvoeten.

Hoe wordt hallux valgus behandeld?

Terug naar boven

Behandeling zonder operatie

Als de scheefstand of de klachten niet al te ernstig zijn, hoeft er niet meteen ingegrepen worden. Maar als het probleem samenhangt met een andere afwijking van de voet, zoals platvoeten, kunnen steunzolen of aangepaste schoenen soelaas brengen. 

Operatie

Een scheefstand van de grote teen wordt veroorzaakt door een afwijkende stand van het bot. Je kan het probleem dan ook alleen maar echt aanpakken door de vorm van het bot te veranderen.

Wat na de operatie?

Terug naar boven

Na de operatie moet je je been zoveel mogelijk in de hoogte leggen en ijs leggen op de voet. Dat vermindert de zwelling en pijn en bevordert de genezing.  De eerste twee weken mag je niet op je voet steunen.

Na twee weken ga je op controle. De kans is groot dat je vanaf dan je voet weer geleidelijk mag belasten, op voorwaarde dat je een speciale schoen draagt. Na zes weken wordt er een radiografie gemaakt en ga je opnieuw op raadpleging. Hou er rekening mee dat je voet de eerste drie tot zes maanden na de ingreep nog kan opzwellen na staan of stappen.

Autorijden kan opnieuw na zes tot acht weken. Met belastende sporten kan je pas ten vroegste na drie maanden starten. Dat bespreek je het best met je arts.